logoFoto tuinLogo tuin
Korte omschrijving van filosofie

 


Filosoferen is grondig nadenken.

Nadenken is grondig als je bij elke redenering op zoek gaat naar mogelijke fouten en bij elk argument een tegenargument probeert te vinden.


 

 

 


Filosoferen

Filosoferen is:    

  • het zoeken van antwoorden op vragen (=verzamelen van kennis)

  • door je eigen verstand te gebruiken i.p.v. een bestaand antwoord zomaar over te nemen (het antwoord van de meerderheid, van een gezaghebbend persoon, van de traditie, het antwoord dat je gewoon bent).


Je verstand gebruiken wil zeggen:

  • goede redenen (argumenten, bewijzen) zoeken voor het antwoord

  • een voorlopig antwoord (ook als dat vanzelfsprekend lijkt) opnieuw in vraag stellen en onderzoeken of het ook niet anders kan zijn.


Filosoferen – of wat hetzelfde is, je verstand gebruiken - komt dan ook neer op het geven van kritiek. De filosoof geeft echter niet alleen kritiek op de ideeën (en handelswijzen) van anderen, maar is uit principe ook altijd kritisch tegenover zijn eigen ideeën.


Natuurlijk kan ook de filosoof niet eindeloos elk antwoord opnieuw in vraag stellen en blijven kritiek geven. Hij moet op een bepaald ogenblik een gegeven antwoord aanvaarden zonder het – voorlopig toch – in vraag te stellen (= het als fundament nemen), maar

  • hij zal zover gaan als mogelijk is in het in vraag stellen en dingen in vraag stellen die de meeste mensen niet in vraag stellen

  • als hij dan toch een antwoord niet meer in vraag stelt, zal hij proberen goede redenen te geven waarom hij dit fundament neemt en niet een ander.



Waarom filosoferen?

De filosoof gebruikt zijn verstand omdat hij ervan overtuigd is dat op deze wijze

  • je dichter bij de waarheid komt, je meer zekerheid kan bekomen

  • en handelen op basis van de waarheid betere resultaten oplevert.



Waarover filosoferen?

Je kan over alles filosoferen en iedereen doet dat ook af en toe, bv. als we belangrijke keuzes moeten maken.

De filosoof probeert antwoorden te zoeken op alle vragen die hem de moeite lijken of die hij belangrijk vindt, ook als die moeilijk zijn.

Waar in de exacte wetenschappen (in feite een bepaald deelgebied van de filosofie) men stopt als de strenge wetenschappelijke methode niet meer kan toegepast worden, zal een filosoof toch verder redeneren.

De filosoof behandelt ook die levensvragen waar de exacte wetenschappen geen antwoord kunnen op geven, zoals

  • is filosofie en wetenschap inderdaad de beste manier om de waarheid te leren kennen? is dat wel mogelijk? (vragen uit de kennisleer)

  • bestaat god? ligt de toekomst reeds nu vast? (vragen uit de metafysica)

  • hoe zit de mens in elkaar? hoe vrij is hij? is hij geneigd tot samenwerken of tot oorlog voeren? (= vragen uit de antropologie)

  • wat is de beste manier van leven? hoe kan ik mijn leven zinvol maken? (vragen uit de ethica: de vraag naar zingeving)

  • hoe moet ik me gedragen tegenover andere wezens? hoe organiseren we best de samenleving (vragen uit de ethica: de politieke vraag).

Omdat filosoferen betekent dat je bij elk antwoord op een vraag onderzoekt of er nog een ander (misschien beter) antwoord mogelijk is, zal de filosoof steeds kijken wat andere filosofen vroeger gezegd hebben in verband met die vraag.

Filosoferen is zaken gebruiken uit de geschiedenis van de filosofie. Het bestuderen van vroegere filosofen is daarom een wezenlijk deel van filosoferen.